Vragen en antwoorden over het telecommunicatiebeleid.
Het ministerie van Economische Zaken (EZ) coördineert het rijksbrede ICT-beleid, maar werkt nauw samen met andere partijen om de doelstellingen te realiseren. De belangrijkste spelers zijn de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)voor wat betreft de rijksbrede ICT-agenda. Daarnaast werkt EZ samen met de ministeries van Justitie, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Afhankelijk van de specifieke inhoud van het onderwerp varieert de samenwerking tussen EZ en de andere ministeries.
Daarnaast zijn enkele uitvoeringorganisaties sterk verbonden met de ministeries, zoals Syntens, de Kamers van Koophandel, SenterNovem, UWV, ICTU, Stichting Kennisnet, de Belastingdienst en NICTIZ. Ook het bedrijfsleven en koepel- of brancheorganisaties (VNO-NCW, ICT office, MKB Nederland) en maatschappelijke organisaties (De Balie, de Koninklijke Bibliotheek) en kennisinstellingen (NWO, TNO, universiteiten) zijn nauw betrokken bij het vormen van het ICT-beleid.
Een dwarsdoorsnede van deze partijen komt samen in het Strategisch ICT Overleg. Op initiatief van EZ en in samenwerking met BZK en OCW, komen belangrijke strategische spelers uit het veld een aantal keer per jaar bijeen. Zij bespreken knelpunten die op korte termijn moeten worden aangepakt en belangrijkte thema’s voor de toekomst.
Naar bovenSlim gebruik van ICT draagt bij aan duurzame economische groei, het efficiënter en effectiever uitoefenen van wet- en regelgeving voor burgers en bedrijven. Ook zorgt het ervoor dat burgers en bedrijven een gelijkwaardige partij kunnen zijn in allerlei contacten met bedrijven of de overheid. Uiteindelijk leidt slim gebruik van ICT tot hogere kwaliteit van de producten, diensten en dienstverlening.
De minister van Economische zaken heeft als coördinerend ICT-minister de verantwoordelijkheid voor het rijksbrede ICT-beleid.
Naar bovenDe rijksbrede ICT-agenda geeft een actueel en breed overzicht van het overheidsbeleid op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT). De agenda, die jaarlijks wordt vastgesteld, bouwt voort op het lopende beleid en benoemt nieuwe activiteiten.
De ICT-agenda wordt opgesteld door het ministerie van Economische Zaken, in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De agenda wordt daarnaast afgestemd met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het ministerie van Justitie en het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid.
Download de publicatie ‘Beter presteren met ICT; Vervolg Rijksbrede ICT Agenda 2005-2006’.
Naar bovenHet kabinet heeft zijn beleid voor 2005-2006 toegespitst op zeven speerpunten. Die staan in de publicatie ‘Beter presteren met ICT; Vervolg Rijksbrede ICT Agenda 2005-2006’. In het najaar van 2006 verschijnt een nieuwe ICT-agenda voor 2006-2007.
De speerpunten voor de periode 2005-2006 zijn:
OPTA (Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit) houdt onafhankelijk toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van post en elektronische communicatiediensten. Ook houdt OPTA zich bezig met het scheppen van de juiste voorwaarden voor concurrentie in de markt, geschillenbeslechting tussen marktpartijen en de uitgifte van telefoonnummers.
Naar bovenDoor de wijziging van de Telecommunicatiewet zijn de belangen van de consument beter beschermd. Zo moeten aanbieders van telefonie, internet en kabelabonnementen voortaan informatie over tarieven en kwaliteit bekend maken voor het sluiten van overeenkomsten met hun klanten. Ook is er een verbod op spam en zijn er regels voor telemarketing.
Naar bovenHet Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert jaarlijks de ICT-ontwikkelingen in Nederland en in internationaal perspectief. Uit 'De digitale economie 2008' blijkt dat e-commerce bij bedrijven een steeds groter deel van de omzet genereert en dat telewerken in opmars is. Het ict gebruik van de bevolking intensiveert jaarlijks verder en ook de ict vaardigheid van de bevolking neemt toe maar blijft een belangrijk aandachtspunt voor beleid. De overheid biedt steeds meer diensten ook online aan. Huishoudens maken voor een toenemend aantal zaken gebruik van internet en gebruiken internet ook steeds intensiever.
In de publicatie zijn gegevens over Nederland - waar mogelijk - in een internationaal perspectief geplaatst. Bij de meeste indicatoren kan Nederland zich goed meten met de toonaangevende landen. De Scandinavische landen komen naar voren als koplopers.
Download 'De digitale economie 2008' van de website van het CBS: http://www.cbs.nl/.
Naar boven
Het ICT-beleid van de Europese Unie is een belangrijk uitgangspunt voor het kabinet. Tegelijkertijd zet het kabinet de voor Nederland belangrijke onderwerpen op de Europese ICT-agenda.
Tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in 2004 zijn voorstellen gedaan voor tien belangrijke ICT-doorbraken die nodig zijn om van Europa de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie te maken.
Maar het Nederlandse kabinet vindt dat we Europees doen wat Europees moet. En wat nationaal kan, doen we nationaal. In lijn hiermee geeft het kabinet prioriteit aan actie op de volgende vier aandachtsgebieden binnen de nieuwe Europese ICT-Agenda: