Rijksoverheid
Telecomwet- en regelgeving

Vraag en antwoord

Vragen en antwoorden over het telecommunicatiebeleid.

Wat regelt de Telecommunicatiewet?

In de Telecommunicatiewet worden zeer veel onderwerpen geregeld. De wet geeft de toezichthouder (OPTA) instrumenten om concurrentie te stimuleren door de toegang tot netwerken te reguleren en misbruik van machtsposities te voorkomen. Ook zorgt de wet voor een goede bescherming van de consument door transparantie van de tarieven en de kwaliteit van diensten te bevorderen, eisen te stellen aan contracten, het recht om contracten op te zeggen met een korte opzegtermijn en een goede bescherming van persoonlijke gegevens. Ook waarborgt de Telecommunicatiewet de beschikbaarheid en betaalbaarheid van een aantal essentiële telecommunicatiediensten (universele dienst). Verder zijn er regels om de veiligheid van burgers en bedrijven te waarborgen. Aanbieders van openbare communicatie zijn verplicht de aftapbaarheid te garanderen in verband met de opsporing van verdachte personen.

Naar boven

Hoe is de relatie met de Europese regelgeving?

De Nederlandse wet- en regelgeving is grotendeels gebaseerd op Europese richtlijnen. Die richtlijnen worden door het Europees Parlement en de Raad van Ministers vastgesteld. Europese richtlijnen moeten worden omgezet in nationale regelgeving. In Nederland is dat voor de telecommunicatiesector gebeurd in de Telecommunicatiewet en de daarop gebaseerde lagere regelgeving. Europese regels in de vorm van verordeningen (bijvoorbeeld over roamingtarieven) gelden direct en hoeven niet eerst te worden omgezet in nationale regels.

Naar boven

Wie beslist wat er in de wet- regelgeving komt te staan?

Het ministerie maakt voorstellen voor de inhoud van wetten. Het Parlement (Tweede en Eerste Kamer) kan deze voorstellen aanpassen en stelt de wetten uiteindelijk vast. In de wet kan worden aangegeven dat de minister de hoofdregels mag uitwerken in lagere regelgeving (algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen). In de Telecommunicatiewet is dat voor veel onderwerpen het geval.

Naar boven

Wie houdt toezicht op de wet- en regelgeving?

De toepassing en de handhaving van wet- en regelgeving is in handen van OPTA en het Agentschap Telecom. Het Agentschap Telecom is het onderdeel van het ministerie dat vooral toezicht houdt op een goed gebruik van frequenties, bijvoorbeeld voor mobiele telefonie.
OPTA is een onafhankelijke toezichthouder. Marktregulering en consumentenbescherming zijn belangrijke taken van OPTA.

Naar boven

Wat is lagere regelgeving?

In de Telecommunicatiewet staan de hoofdregels waaraan telecommunicatiebedrijven zich moeten houden. Deze hoofdregels worden vaak uitgewerkt in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen (lagere regelgeving) door het ministerie. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de regels met betrekking tot de universele dienst. Ook is een frequentieplan en een nummerplan gemaakt, waarin precies wordt aangegeven welke frequenties en nummers voor welke diensten mogen worden gebruikt.

Naar boven