De SDE is voor iedereen die duurzame elektriciteit of gas gaan produceren. Duurzame energie is energie opgewekt uit natuurlijke bronnen als wind, zon en hout. De SDE-regeling stimuleert in 2009 zonnepanelen, windmolens op land, waterkrachtinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, riool en afvalwaterzuiveringsinstallaties, winning van stortgas en verbranding, vergisting en vergassing van vaste of vloeibare biomassa.
Het ministerie van Economische Zaken steunt
bedrijven en particulieren als zij energie produceren op een manier die het
milieu nauwelijks belast. Zo komt er immers meer duurzame energie. De SDE
maakt deel uit van het kabinetsbeleid: 'Schoon en Zuinig, nieuwe energie voor
het klimaat'. Met dit beleid streeft de overheid naar twintig procent
duurzaam geproduceerde energie in 2020.
De SDE vult opbrengsten van onrendabele projecten aan voor een periode van
twaalf tot vijftien jaar. Zo kunnen investeerders een zeker rendement krijgen
op hun projecten op het gebied van duurzame energie.
Op 6 april is de nieuwe ronde SDE 2009 van start
gegaan. Het ministerie van Economische Zaken heeft de regeling voor de open
te stellen categorieën en bijbehorende tarieven in de Staatscourant
gepubliceerd.
De regeling sluit op 30 oktober 2009.
Voor 2009 kunnen aanvragen ingediend worden voor de volgende categorieën:
Subsidie kunt u aanvragen bij Senternovem via www.senterloket.nl
Ondernemers die investeren in projecten op het gebied van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas kunnen gebruik maken van de SDE.
Met de SDE worden projecten op het gebied van
hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas gestimuleerd. De beschikbare
middelen voor duurzame energie binnen de SDE zullen oplopen van 10 miljoen
euro in 2008 tot 336 miljoen structureel in 2015. In totaal bedraagt het
budget over deze periode bijna 1,4 miljard euro. Daarvan wordt, gezien de
systematiek van de regeling waarbij langjarige zekerheid voor potentiële
investeerders voorop staat, op kasbasis in de eerste jaren het minste
uitgegeven. De subsidieplafonds zullen daarbij hoger liggen dan de jaarlijks
beschikbare bedragen.
Binnen de SDE is een aantal subsidiecategorieën bepaald, de zogenaamde
productiecategorieën. Voor 2009 worden de categorieën ZonPV (zonnepanelen),
windmolens op land, windmolens op zee (opent rond november 2009) biomassa en
waterkracht opengesteld. De hoogte van de subsidiebedragen is afgeleid van de
door ECN vastgestelde onrendabele top, ofwel het verschil in kostprijs tussen
fossiele en deze duurzame energieproductie. De SDE is een belangrijk
instrument binnen het werkprogramma 'Schoon en Zuinig, nieuwe energie voor
het klimaat', waarin het kabinet uiteenzet hoe Nederland 20 procent
hernieuwbare energie in 2020 kan halen.
Subsidiering binnen de SDE vindt plaats per
geproduceerde kilowattuur of m3 gas.
De hoogte van de subsidie voor hernieuwbare energie wordt als volgt
berekend:
1. Een productie-installatie krijgt een beschikking met daarop een
basisbedrag. Dit basisbedrag blijft gedurende de gehele periode waarover
subsidie wordt verstrekt ongewijzigd en vertegenwoordigt de totale kosten van
de installatie per KWh.
2. Een producent heeft echter jaarlijks inkomsten door de verkoop van
elektriciteit of gas. Daarom wordt op dit basisbedrag de gemiddelde
elektriciteit- of gasprijs in enig jaar in mindering gebracht.
Daarmee varieert de hoogte van de subsidie jaarlijks met de hoogte van de
energieprijs. Stijgt de energieprijs dan is minder subsidie nodig. Omgekeerd:
daalt de energieprijs, dan zal extra subsidie nodig zijn.
Bij de keuze voor subsidiabele categorieën zijn drie selectiecriteria gehanteerd, te weten: kosteneffectiviteit, toekomstperspectief en innovativiteit.
De SDE wordt gezien als opvolger van de MEP
(Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie), maar er zijn wel een paar
belangrijke verschillen. In afwijking van de MEP zijn de subsidiebedragen
gebaseerd op een inschatting van de ontwikkeling van de elektriciteits- en /
of gasprijs en kunnen aan de hand van de feitelijke ontwikkeling van die
elektriciteits- en /of gasprijs worden bijgesteld. Daarnaast werkt de SDE in
tegenstelling tot de MEP met subsidieplafonds die op basis van bovenstaande
criteria worden bepaald.