Ondanks dat de westerse wereld tegenwoordig steeds meer inzet op energiebesparing en stimulering van het gebruik van duurzame energiebronnen, blijft de afhankelijkheid van olie bestaan. Een (internationale) verstoring in de aanvoer van olie welke tot een oliecrisis kan leiden, kan verstrekkende gevolgen hebben voor de economische en maatschappelijke veiligheid. Het ministerie van Economische Zaken is in geval van een oliecrisis de eerst verantwoordelijke in Nederland voor de crisisbeheersing op dit terrein.
Het oliecrisisbeleid is grotendeels opgezet in reactie op de oliecrisis van 1973. Doel ervan is verstoring van het maatschappelijk en economische leven zo veel mogelijk te voorkomen, respectievelijk binnen aanvaarbare grenzen te houden. Dit gebeurt onder meer door het aanhouden van strategische olievoorraden. Deze kunnen in geval van nood ingezet worden. Dat heeft Nederland met andere EU en IEA-lidstaten gedaan na de orkaan Katrina waarbij een groot aantal productiefaciliteiten onbruikbaar waren geworden. Naast de inzet van strategische voorraden, kunnen bijvoorbeeld ook vraagbeperkende maatregelen worden genomen.