10 januari 2008 | nieuwsbericht
Meer Nederlanders moeten langer aan het werk. Ook is een onderscheidend vestigingsklimaat nodig om te voorkomen dat de economische groei op de lange termijn vastloopt. Dat schrijft secretaris-generaal Chris Buijink in het nieuwjaarsartikel in het blad Economische Statistische Berichten (ESB).
Nederland is meester van zijn eigen toekomst, meent de secretaris-generaal. Het kabinet ambieert een verhoging van de arbeidsparticipatie van 73 procent naar 80 procent in 2016. Hij wijst op oplossingen voor de krapte op de arbeidsmarkt en beleid ter versterking van het vestigingsklimaat.
Buijink denkt aan het ophogen van het
aantal gewerkte uren. ‘Nederland is wereldkampioen deeltijdwerk.
Ook de standaard werkweek van voltijders is in vergelijking met die
van andere West-Europese landen kort. Wanneer alle werkenden 1,5
uur per week extra zouden werken, bereik je eenzelfde effect op de
overheidsfinanciën als wanneer 80 procent van de beroepsbevolking
in 2016 werkt.’
Verder vraagt Buijink zich af of de bereidheid van 63- en
64-jarigen om te blijven werken kan toenemen zonder de
pensioenleeftijd te verhogen. Door de vergrijzing blijven daarnaast
ook goed geschoolde arbeidsmigranten nodig.
Hij denkt ook dat oudere inactieven beter inzetbaar moeten worden
op de arbeidsmarkt. Dat gebeurt nu niet door de
uitkeringsregelingen en ontslagvergoeding. Versoepeling van het
ontslagrecht kan ervoor zorgen dat meer kwetsbare groepen aan het
werk komen. De hoge bescherming van zittende werknemers zou niet
ten koste moeten gaan van mensen die nu buitenspel staan.
De Nederlandse economie staat er goed voor, zeker gezien de
ontwikkeling van de olieprijs en de onrust op de financiële
markten. Maar de verwachting is dat de groei in 2008 afzwakt door
de toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Dat kan uiteindelijk
leiden tot een duurdere export en afnemende investeringen.
Nederland moet werken aan een onderscheidend
vestigingsklimaat.
Buijink bepleit daarom meer aandacht voor ondernemerschap en
innovatie. Die is er nu niet genoeg, want de groei van de
arbeidsproductiviteit is laag. Met arbeidsproductiviteit wordt het
aantal producten per werknemer uitgedrukt. Buijink: ‘Nederland moet
ook meer onderscheid durven maken in gemiddelde en briljante
studenten en tussen redelijk en top onderzoek en kleine en grote
ondernemingen. Het komt er op aan gelijke kansen te bieden, maar
niet te mikken op gelijke uitkomsten.’